Als je merkt dat de hond goed reageert op de positie die jij inneemt, dan betekent
het dat hij
anticipeert op jou. Hij let op dat de schapen niet weg kunnen lopen. Als jij je naar rechts beweegt,
doet de hond dat nu ook. En als jij linksom gaat, dan gaat de hond meteen ook linksom. Je kunt
dat mooi uit proberen door een paar rondjes bijvoorbeeld naar rechts te lopen en als jij dan opeens
linksom gaat lopen en de hond gaat dat ook doen, dan zie je dat de hond door heeft waar hij mee
bezig is. Als je vervolgens een lange lijn loopt en je gaat de bocht om, bijvoorbeeld linksaf (wees
je
er van bewust dat dit ten opzichte van de hond naar rechts is), dan zie je dat de hond zich naar
rechts verplaatst. Hij zorgt er dus voor dat de schapen precies tussen jou en hemzelf blijven. Met
andere woorden: jouw hond houdt de zaak in balans. Als hij dat doet, kun je beginnen met de
commando’s “linksom” en “naar rechts” aan te leren. Het handigste is om daarmee te beginnen op
de cirkel. Je geeft de schapen een tikje op de kop, zodat die blijven staan. Veronderstel, dat je de
hond naar rechts wilt laten cirkelen. Dan loop je bij de schapen weg, naar rechts dus en tegelijk
een beetje buitenom naar de hond toe. Je rechterarm met de stok steek je naar rechts uit en terwijl
geef je het commando “naar rechts”. Deze beweging van jou kent de hond en hij zal automatisch al
naar rechts vertrekken. Eigenlijk gebeurt er niets nieuws, maar jij voegt er het commando aan toe.
Op dezelfde manier doe je dat ook linksom. Jij moet er van nu af om denken dat je het commando
toe gaat voegen. Eerst doe je dat op de cirkel. Als je vervolgens een lijn gaat lopen en je gaat de
bocht om, dan laat je hem weer zelf zijn balans zoeken. Het is belangrijk om dat onderscheid vanaf
het begin te maken.
De hond moet leren om commandos van jou op te volgen, maar hij moet
ook alert
blijven op de situatie zoals die zich voordoet en daarop reageren zonder commando.
De hond doet nu al dingen automatisch. Daardoor lijkt het al snel alsof hij de commando’s
“linksom” en “naar rechts” door heeft. Vergis je niet, de hond heeft hooguit door dat er verschil is
tussen links en rechts, maar het automatiseren van de commando’s gaat niet zo snel. Hoe bereik
je dan dat de hond de commando’s echt uit zijn hoofd leert? In eerste instantie beweeg jij en
daarop anticipeert de hond. Nu wordt het belangrijk om jouw bewegingen kleiner te maken. Dat
moet zodanig dat de hond wel blijft snappen wat jij wilt. Daarbij moet je vooral ook blijven denken
aan het eerste begin: de lijn hond naar het midden van de schapen. Jouw positie bepaalt welke
kant de hond opgaat. Als jij een duidelijke positie ten opzichte van die lijn hebt, dan is het voor
de
hond duidelijk, ook zonder commando, door sshhh,sshhh. Terwijl jij een commando “naar rechts’
geeft, moet jij je bewust zijn dat jij zelf “goed” staat ten opzichte van de lijn. In het begin betekent
het dat je heel duidelijk “goed” staat en in de loop van de tijd ga je steeds dichter naar de lijn toe,
je
houdt je arm met de stok steeds dichter bij je. Uiteindelijk houd je de stok met twee handen vast
en je beweegt ook jouw lichaam niet meer om de hond mee te helpen. Pas als je over de lijn staat,
dus eigenlijk “verkeerd”, en de hond gaat toch de goede kant op, dan is het commando
geautomatiseerd. De commando’s “linksom” en “naar rechts” zijn voor de meeste honden niet
gemakkelijk uit het hoofd te leren. Het laatste stukje moet vaak met enige druk worden geleerd.
“Linksom” en “naar rechts” oefen je in het begin op de cirkel. Maar al vrij snel kun
je het ook
oefenen op de rechte lijn. Terwijl jij achteruitloopt geef je het commando “naar rechts” en meteen
loop jij zelf ook iets naar rechts. Daardoor wil de hond ook naar rechts, immers om zijn balans te
houden. Vervolgens geef jij het commando “af” en je stapt weer vóór de schapen. Dan geef je het
commando “linksom”, terwijl je naar links stapt. Daardoor gaat de hond naar links, je geeft weer het
commando “af” en je stapt weer vóór de schapen. Op deze manier kun je verschillende variaties
maken om de commando’s “linksom” en “naar rechts” te oefenen. Ook hier oppassen dat er geen
vast patroon ontstaat.