Af leren liggen binnen vijf minuten.
Het liggen op commando kan de hond in beginsel leren binnen vijf minuten. Tenminste als je de
methode gebruikt die honden tegenover elkaar ook gebruiken. Als ik bij mijn volwassen honden een
pup zet, dan duurt het niet lang of één van de honden neemt het initiatief om met de pup te
gaan
spelen. Tijdens dat spelen gebeurt het plotseling dat zon volwassen hond als het ware over
de pup
heen vliegt en hem daarbij min of meer in zijn nek bijt of duwt, waardoor deze enkele keren over de
kop vliegt en vervolgens, soms verbouwereerd piepend, blijft liggen. Dat herhaalt zich een aantal
keren. Heel snel leert de pup het signaal en gaat al liggen voordat de hond bij hem is. Als je als
mens kijkt naar dit hondengedrag dan is het écht niet leuk om te zien! Binnen de kortste keren
ben
je geneigd om de pup te hulp te schieten en de oude hond af te straffen. Toch is dit de manier
waarop honden met elkaar omgaan. Het is de taal die ze onderling gebruiken en verstaan. Wij gaan
uit van onze menselijke normen en wij vinden het al moeilijk om dit hondengedrag te begrijpen, laat
staan dat we het na zouden moeten doen.
Andersom hebben wij vaak ook niet het besef hoe moeilijk we het voor onze pup maken, als wij
alleen onze menselijke maatstaven aanleggen.
Er van uitgaande dat de pup aan de nieuwe situatie is gewend, het halsbandje wil dragen
en aan de
riem wil lopen en bovendien bij je komt als je hem roept, ongeveer 10 á 12 weken oud is en graag
met je wil spelen, dan komt het moment dat je het gevoel krijgt: nu ga ik hem leren “af” te liggen.
Je hebt de hond aan de riem, je gaat even enthousiast met hem spelen en opeens zeg je “af” en
gelijktijdig geef je hem een duw in zijn nek op dezelfde manier als een oude hond dat doet. De pup
blijft enigszins verschrikt liggen en jij blijft ook abrupt staan. Als je ziet dat de pup overeind wil
komen, reageer je op precies dezelfde manier, je geeft het commando, je geeft hem een duw in zijn
nek en je wacht of hij nu wel blijft liggen. Je wacht vijf tot tien tellen en dan speel je op dezelfde
enthousiaste manier weer verder als eerst. Dus echt alsof er niets gebeurt is. En dan opeens doe
je het weer. Zegt “af”, duwt in de nek, blijft staan, tot tien tellen, spelen, enz. Tijdens dit leren
aan
de hond moet je natuurlijk goed blijven observeren of de hond ook oppakt wat je hem wilt leren. De
eerste en de tweede keer een duw in de nek kan de pup best een beetje verlegen maken. Maar als
het spel daarna gewoon weer doorgaat, zal hij snel begrijpen dat er iets nieuws aan de hand is. Als
je het goed doet, zal hij na drie á vier keer al zijn gaan liggen, voordat je hem hebt aangeraakt.
Zodra dat gebeurt, geef je alleen nog een duw in zijn nek als hij niet snel genoeg is. Deze oefening
moet natuurlijk niet te lang duren. Als je de volgende keer de hond uitlaat, doe je deze oefening
opnieuw. Als de hond meteen “af” gaat en ook blijft liggen, doe jij een stapje terug, terwijl je goed
oplet of hij blijft liggen. Als de pup inderdaad blijft liggen, kun je wel twee stapjes terug doen,
daarna drie stapjes, enz.
Af en toe als je bij de hond terug komt, geef je hem een schouderklopje.
Dat is belangrijk
om duidelijk te maken dat jouw hand zowel vriendelijk als streng kan zijn.
Probeer in dit stadium, als de hond meteen gaat liggen, zelf een doorgaande beweging
te maken
en bijvoorbeeld drie passen verder te stoppen. Zodra de hond iets begrijpt, ga je meteen uitbreiden.
Dat geldt later ook bij het trainen met schapen. Daar leg je nu immers de basis voor! Vooral een
veedrijver moet later goed op afstand kunnen werken.
Terug naar de oefening voor het “af” liggen. Als de hond goed wil liggen, maak je de afstand groter.
Als je op vijf meter afstand kunt staan, ga je ook de wachttijd vergroten. Tien tellen worden twintig
tellen, worden dertig tellen, een minuut, enz. Je gaat dus twee dingen vergroten: de tijd en de
afstand.
Blijf ondertussen altijd de hond observeren! Let op of hij attent blijft.
Zodra zijn aandacht
verslapt, moet je iets anders gaan doen.
Geef de hond op tijd vrij. En geef hem vrij op het moment, dat hij de oefening
nog leuk
vindt.
Ik ga nog even door op het afliggen. Als de hond goed af wil liggen en ook blijft
liggen als je
wegloopt, dan kun je schijnbewegingen gaan maken, d.w.z. je springt plotseling weg, terwijl je
oplet dat de hond blijft liggen. Zodra je ziet dat hij mee wil springen, geef je het commando “af”.
Dit
is overigens een belangrijk punt. Je moet vóór de hond aan zijn. Als je ziet dat hij overeind wil
komen, moet je meteen het commando “af” geven. Dus niet afwachten of hij misschien toch niet
blijft liggen. Dat is een basisfout.
Jij bent alleen de leider als je voor de hond zijn gevoel ongeveer zijn gedachten al kunt lezen. Zo
kun je bijvoorbeeld de hond “af” laten liggen en zelf uit het zicht gaan. Je moet dan wel zodanig
staan dat je nog steeds kunt zien of de hond niet overeind wil komen. Dit is voor de hond best
moeilijk en vaak zal hij op dat moment achter je aan willen komen. Zo’n kritiek moment is
medebepalend in hoeverre hij de “af” oefening beheerst. Dus meteen reageren als hij wil gaan
staan. Als de hond door heeft dat je even daarna wel weer tevoorschijn komt, zal hij de oefening
snel beheersen. En daarna de tijd weer uitbreiden. Pas na één minuut tevoorschijn komen, na twee
minuten enz. Maar zorg ervoor dat jij de hond altijd kunt zien om hem, indien nodig, op tijd te
corrigeren. Als jouw hond dit allemaal kan, dan komt het moment om een situatie te creëren, waar
je op een heel andere plek weer tevoorschijn komt.
Maar dan moet je dus wel zeker weten, dat je hond blijft liggen in de tijd
dat je hem niet
kunt zien.
Ben jij op jouw “andere” plek aangekomen waar jij de hond wel kunt zien, maar hij
jou nog niet, dan
wacht je of hij misschien wil gaan staan. Doet de hond geen enkele poging en blijft hij mooi kijken
naar de plek waar hij jou heeft zien verdwijnen, dan kom je op een gegeven moment achteloos
tevoorschijn, je treuzelt nog wat om, je doet of je daar wat bezig bent en als hij jou heeft
opgemerkt, maar toch braaf blijft liggen, loop je op een gegeven moment naar hem toe, je roept
hem overeind en je beloont hem. In het andere geval als de hond toch overeind wil, kom je op de
“andere” plek tevoorschijn terwijl je “af” commandeert en weer op die plek verdwijnt, terwijl je blijft
kijken of hij nu “af” blijft. Daarna voer je het programma uit zoals is omschreven.
Variaties op het thema af
Het af leren liggen op zich is dus een kwestie van ongeveer vijf minuten. Maar het leerproces
om
te komen tot een hond die geduldig langer dan tien minuten blijft liggen, ook als je verder dan
honderd meter bij hem vandaan bent is een leerproces waar maanden van geduldig oefenen mee
heen gaan. Tijdens al dat oefenen is het belangrijk dat je afwisseling brengt in de oefeningen. Ben
je aan het wandelen en de hond loopt vijf meter bij je vandaan, dan kun je het commando "af
geven. Jij loopt tien meter door en keert terug, bukt bij de hond, aait hem en geeft hem weer vrij.
Even later loopt hij weer vijf meter bij je vandaan, je commandeert af, jij loopt
twintig meter door
en roept hem bij je. Meteen belonen, spelen en weer vrij geven. De fiets pakken, de hond loopt tien
meter bij je vandaan, je commandeert af en je fietst twintig meter verder. Je fietst vijftig
meter
terug, enz. Je gooit met een balletje, terwijl de hond moet blijven liggen en hij mag het balletje pas
halen als jij dat zegt. Allemaal oefeningen die je uit kunt breiden, zoveel als je maar wilt. Let erop
dat oefeningen kort duren. Houd in de gaten of de hond zich nog kan concentreren. Observeer goed
of de hond signalen uitzendt, dat hij het leuk vindt en stop op tijd.
Leren af liggen uitsmeren over de tijd.
Het bovenstaande programma voor het leren liggen op commando is dus een kwestie van tijd. De
ene hond zal er langer over doen dan de andere om het uiteindelijke resultaat te bereiken. Het
uitgangspunt is, dat jij met jouw hond als het ware een roedel gaat vormen, waarbij jij
de leider
bent die zijn soortgenoot ondergeschikt maakt.
Wat jij hem wilt leren, moet je doen op een manier die voor de hond te begrijpen
is.
Daarbij moet je de hond blijven observeren om vooruitgang waar te nemen.
|
Er moet vooruitgang zijn, immers een Bordercollie is een snelle leerling. Daarop moet
jouw
training zijn afgestemd. Wees vooral kritisch ten opzichte van jezelf en als je twijfelt, niet
doormodderen, maar laat iemand anders jou en je hond eens beoordelen of je wel op de
goede weg bent!
|